Binder rijtuigen in Nederland
In MenSport nummer 8 stond een
artikel over één van de beste rijtuigbouwers van de wereld, Binder in Parijs.
Het familiebedrijf heeft bestaan van 1806 tot 1951. De hoge kwaliteit van
gebruikte materialen en de bewerking daarvan tot een rijtuig maakte dat de Binder
familie in latere jaren genoemd werd “de prinsen der carrosserie”. Gelukkig
zijn er ook een aantal Binder rijtuigen in Nederlands bezit. Sommige rijtuigen
al vanaf de oplevering, anderen zijn later verworven. De Nederlandse rijtuigen
verkeren bijna allemaal in prima conditie. In dit artikel de opgespoorde Binders.
Tekst: Ruud van Heusden, foto's: Ruud van Heusden e.a.
![]() |
| foto stalhouderij Zadelhoff |
Toelichting per rijtuig
Deze blauwe Calèche werd door Koning Willem III (1817-1890) in 1875 besteld bij Henry Binder. Het rijtuig is bij haar huwelijk meegebracht door koningin Emma uit Duitsland.
Het rijtuig is hier afgebeeld zonder bok en met knechtenbankje.
Zonder bok is het rijtuig vanaf het paard te rijden. De ruiter heet dan postiljon en zit op het bijdehandse (linker) paard. Met een tweespan wordt dat genoemd Demi Daumont en met een vierspan à la Daumont, Voor dat doel wordt een speciale disselboom gebruikt met een diepe bocht naar beneden, zodat die boom tussen de paarden het been van de postiljon niet hindert. Het weglaten van de bok heeft voor de passagiers één groot voordeel, want je kunt zo beter om je heen kijken en de toeschouwers langs de weg kunnen je beter bewonderen.
Van de koning is bekend dat hij groot, sterk en gezond was. Een fanatiek rijder vanuit het zadel. Rijtuigen waren meer voor vrouwen. Het rijtuig zal wel bedoeld zijn geweest voor alleen ceremoniële verplichtingen. Er wordt gezegd dat Willem III het niet prettig vond om in een sterk geveerd en wiebelend rijtuig te zitten. Hij werd er zeeziek van. De opbouw werd dan gefixeerd middels riemen aan de onderkant van de kast vastgemaakt aan de flèche.
De veel meer bekende Crème Calèche is trouwens gewoon van Hollandse bodem, gebouwd door Hermans uit Den Haag in 1898 in opdracht van koningin Emma ( 1858-1934).
![]() |
| Hier ingespannen als demi daumont |
De van oorsprong geel/zwarte Calèche werd door de rijke koopmansfamilie Van Loon uit Amsterdam besteld bij Henry Binder. Dat gebeurde in 1905, een jaartal waarin eigenlijk geen nieuwe rijtuigen meer werden besteld, De eerste auto’s tuften al tussen de rijtuigen. Maar Jonkheer Louis van Loon trok graag gelijk op in pracht en praal met het koninklijk huis. In 1902 bestelde hij ook nog een nieuwe Statieberline bij het gerenommeerde Amsterdamse bedrijf Schutter & van Bakel. Ook deze in de kleuren geel/zwart.
Eind jaren twintig werden de rijtuigen toch afgestoten en vervangen door de automobielen.
Een groot deel van de inhoud van het koetshuis werd verkocht aan stalhouderij Schoonhoven en Buytendijk te Utrecht. Later kwam de Calèche nog een aantal jaren in bezit van stalhouderij Van der Lans in Den Haag. Halverwege de jaren 90 werd de stalhouderij opgeheven en het materiaal verkocht. Een uitgelezen kans voor stalhouderij Zadelhoff te Breukelen om deze Calèche te bemachtigen.
De Rotterdamse familie Suermondt, groot geworden door de handel op Nederlands Indië, bezat een bij Henry Binder bestelde Calèche. Onder de eerste laklaag is nog vaag het wapen van de familie Nepveu te zien. Of het rijtuig via vererving of koop in bezit is gekomen van de familie Suermondt, is niet duidelijk.
De Caleche is het rijtuig bij uitstek om je rijkdom te etaleren want doelmatig of breed inzetbaar was dit type rijtuig niet, comfortabel wel. Na de WO II werd dit rijtuig verworven door het Historische museum Rotterdam. Die gaf het rijtuig weer in bruikleen aan het openluchtmuseum gevolgd door de stichting Paard en Karos om nu te rusten in geconverseerde staat in het depot van het Nationaal rijtuigmuseum te Leek.
Deze Calèche is van oorsprong van de familie Van Hogendorp uit Rotterdam. Het rijtuig, vervaardigd door Henry Binder, is de zelfde weg gegaan als de vorige calèche. Na de WO II verworven door het Historisch museum Rotterdam enz. Het rijtuig verkeert in een minder conditie en is in de huidige staat niet bruikbaar.
Daarnaast toont het model ook zwaarder en minder elegant.
Vanaf het eind van de 17e eeuw verwierven verschillende leden van deze familie hoge publieke ambten. Burgemeester van Rotterdam, lid van de Raad van State, lid van de Tweede Kamer etc. De nodige familieleden hadden de titel van Graaf, Baron of Jonkheer.
De bekendste was mr. Gijsbert Karel graaf van Hogendorp (1762-1834), Nederlands staatsman en lid van het zogenaamde Driemanschap dat in 1813 de overgangsregering vormde tussen de Franse overheersing en de komst van Koning Willem I.
Daarnaast toont het model ook zwaarder en minder elegant.
Vanaf het eind van de 17e eeuw verwierven verschillende leden van deze familie hoge publieke ambten. Burgemeester van Rotterdam, lid van de Raad van State, lid van de Tweede Kamer etc. De nodige familieleden hadden de titel van Graaf, Baron of Jonkheer.
De bekendste was mr. Gijsbert Karel graaf van Hogendorp (1762-1834), Nederlands staatsman en lid van het zogenaamde Driemanschap dat in 1813 de overgangsregering vormde tussen de Franse overheersing en de komst van Koning Willem I.
De Barouche of Calèche van kasteel Twickel werd in 1861 geleverd door Binder Frères (de broers Jules en Louis). Dit rijtuig is voorzien van ellipsveren. Voor de uitvinding van de ellipsveer werden deze rijtuigen gebouwd met C-veren en een fleche onder de kast.
Of een dergelijk rijtuig een Barouche of een Calèche is daar blijven de meningen over verdeeld. Wat zeker is dat het type rijtuig gerekend wordt tot de dienstrijtuigen. Daar zijn de Schriftgeleerden van het historische gerij het in ieder geval wel over eens. Om aan te geven dat de Schriftgeleerden hier diepgaande discussies over kunnen voeren bij dit rijtuig als voorbeeld in het kort twee verschillende toelichtingen.
In het boek “rijtuigen op stal” van H.G. Vos, wordt dit rijtuig zelfs een Barouchette genoemd, een kleinere versie van Barouche. Bij slecht weer kon de voorkant en de zijkanten van een dergelijke koets met panelen en ramen geheel worden gesloten. De uitleg die Frits van Solt aan dit rijtuig geeft luidt:. "de benaming Barouchette is alleen in Nederland van toepassing op Friese of Groningse rijtuigen van Herenboeren". F. van Solt schetst dit rijtuig "als een lichte versie Caleche die dichter bij de straat staat waardoor het in en uitstappen wordt vergemakkelijkt". Een andere benaming is volgens hem Stads-Caleche.
De rode glaslandauer behoort toe aan stalhouderij Vosse in Haarlem. Het rijtuig is overgenomen van stalhouderij Van der Lans uit Den Haag.
"Het rijtuig is aan restauratie toe en wordt nu niet gebruikt" merkt Bea Vosse nog op. De Haarlemse stalhouderij zit niet zonder, ze hebben nog twee bruikbare andere landauers, zelfs van de Haarlemse rijtuigbouwer Kimman. Wel zo toepasselijk.
Deze Berline is gemaakt door Binder Frères in 1857 en daarmee voor ons de oudste Binder in het gezelschap. De Berline is van oorsprong een gesloten rijtuig, zoals hier afgebeeld. Later werden de Berlines op verzoek geleverd met de voorste zijpanelen en het voorpaneel voorzien van glas. Sinds zijn levering maakt dit rijtuig deel uit van de inventaris van het koetshuis van kasteel Twickel van de familie Van Heeckeren. De foto toont een koets in originele en rijdbare staat.

De Vigilante maakt al vele jaren deel uit van de stalhouderij van Jacob van den Broek. "Door het intensieve zakelijke gebruik is het rijtuig niet helemaal meer origineel" geeft Jacob toe. Maar eens een Binder, altijd een Binder. Over de herkomst weet Jacob nog te melden, "het rijtuig werd in de jaren 60 gekocht bij de opheffing van stalhouderij Van der Putten in Winterswijk".
In de periode voorafgaand aan het stalhouderswerk zal dit rijtuig ook wel behoord hebben tot een van de grotere privéstallen in Nederland. Het rijtuig was populair omdat het hele gezin dan in één rijtuig kon zitten. De koets werd alleen gebruikt bij bijzondere gelegenheden, zoals een bruiloft of een begrafenis, of een concert. Oorspronkelijk waren om reden van privacy de panelen naast de banken dicht. Toen deze rijtuigen (in privébezit werd de chique naam Berline gebruikt) werden verkocht aan stalhouders werd de Berline een Vigilante. De naam Vigilante is afkomstig van een grote maat huurkoets.
Voor het
stalhouderswerk werden de panelen vaak
vervangen door glas. Ze werden/worden ingezet voor zowel het trouw als het rouwrijden.
![]() |
| Overgenomen uit de catalogus van Henry Binder |
Dit rijtuig is jaren geleden in ongerestaureerde staat gekocht bij Chris van den Heuvel door Joop Dollekamp uit Hengelo. Joop is bekend om zijn restauratiewerk ook aan koetslampen. “Restaureren betekende in de jaren 80 niet zoveel mogelijk behouden maar geschikt maken voor gebruik” aldus Joop. Later heeft Hendrik Arkink uit Bornebroek hem overgenomen.
Hierna
heeft Hennie Stegeman het rijtuig gekocht met de bedoeling er mee aan rijtuig
evenementen deel te nemen. Ook bij de vorige eigenaren was dat het geval
“waardoor een opfrisbeurt wel nodig lijkt” aldus Hennie Stegeman. Hij rijtuig
heeft in de loop van de jaren heel wat kilometers gemaakt.
![]() |
| catalogus Binder Aine 1879 |
Maarten Kuivenhoven uit Rijnsburg is een groot verzamelaar van Binder rijtuigen, hij heeft er zes. Jarenlang heeft hij met zijn vrouw tijdens de vakanties in Zuid Frankrijk gespeurd naar interessant restauratiemateriaal. En restaureren kan deze voormalige meubelmaker en eigenaar van een keukenfabriek. Maarten vertelt: bij deze Omnibus was dat bij uitzondering nauwelijks nodig. Een wagen die altijd binnen had gestaan en goed was onderhouden". Zonder veel werk kon deze fraaie Binder aan de collectie worden toegevoegd.
De Omnibus werd zo'n 20 jaar geleden samen met de verderop genoemde Spider overgenomen van een Zuid Franse kasteelheer (seigneur du chateau). "De rijtuigen hadden altijd binnen gestaan en waren correct behandeld. Alleen de Kasteelheer had geld nodig voor de restauratie van zijn kasteel". Maarten werd getipt over deze rijtuigen.
Deze Demi Mail Phaëton is gemaakt door Binder Aine (Charles dus) rond 1890 en maakte jarenlang deel uit van het grote koetshuis van kasteel de Haar.
In 1890 erfde baron Étienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar (1860-1934) de kasteelruïne van zijn vader Gustave van Zuylen (1818-1890). Étienne was op 16 augustus 1887 in Parijs getrouwd met barones Hélène de Rothschild (1863-1947), een erfgename uit de Franse tak van de rijke bankiersfamilie De Rothschild. Mede dankzij haar fortuin had Étienne de middelen om het voorvaderlijk kasteel op een grandioze manier te laten herbouwen en de bloeitijd van weleer terug te brengen. Na het overlijden van het echtpaar werden de rijtuigen niet meer gebruikt. De rijtuigen zijn op enig moment aangekocht door het Nationaal Rijtuigmuseum.
![]() |
| In deze staat aangeschaft. |
![]() |
| Uit de catalogus van Binder Aine |

Een andere Demi Mail Phaëton, gebouwd door Jules Binder onder de naam Binder a Paris, kwam via omzwervingen terecht bij het men-echtpaar Marianne en Gerard Engbers. Zij hebben hun privé collectie ondergebracht in een Twentse Driekaps boerderij. En worden actief ondersteund door neef Bart Klaassen en zijn vrouw Mirthe.
Begin deze eeuw werd de Phaeton inclusief lampen aangeschaft bij Christiaan van de Heuvel. Het heeft lange tijd geduurd voordat de Binder gerestaureerd zou worden.
Het voorgenomen huwelijk van Bart en Mirthe in 2015 was een mooie aanleiding om de moed te verzamelen om aan de restauratie te beginnen. Dat is deels eigenhandig uitgevoerd. Het rijtuig heeft weer zijn originele kleuren terug, die te voorschijn kwamen tijdens de restauratie. Bijzonder aan het rijtuig is dat het uiterlijk en het gebruik met enkele handelingen te wijzigen is. De Phaeton kan ook gebruikt worden als Wagonnette. Hiervoor is het noodzakelijk dat de kap eenvoudig demontabel moet zijn. Ook het knechtenbankje wordt dan weggenomen en daarvoor in de plaats komen twee bankjes in de lengterichting van het rijtuig. Verder is het rijtuig aan de achterzijde voorzien van een deurtje met demontabele opstap. Het rijtuig is dan een Wagonnette Phaeton uit de catalogus van Binder.
Weer een andere Demi Mail Phaeton staat in de tot koetshuis verbouwde stenen bollenschuur in Rijnsburg van Maarten Kuivenhoven. Hierbij kan Maarten melden: "bij uitzondering komt dit rijtuig niet uit Zuid Frankrijk maar uit Ierland. Het rijtuig werd op een Londense veilig gekocht en was nauwelijks meer te herkennen als Phaeton. Hij had jarenlang dienst gedaan als appelwagentje in een boomgaard. Wonderlijk genoeg was het voorste deel van het rijtuig nog in originele staat en goede conditie. Het voorschot, het houtwerk van de zitting met de fraaie spijltjes is nog origineel".
De Siamese Phaëton werd in een deplorabele staat aangetroffen door Kuivenhoven, wederom in Zuid Frankrijk. Met pretogen meldt Kuivenhoven hoe hij het rijtuig aantrof: "veel houtworm, geen heel stukje hout meer en ook geen kap. Omdat ook de tijd ontbrak om de restauratie op te pakken heeft het restant van het rijtuig nog jarenlang in de opslag gestaan voordat ik hem in 2016 onder handen kon nemen". En met resultaat. De kap kan met enkele handelingen op de andere zitting worden geplaatst. Dus het lag er maar aan waar “mijnheer” wilde zitten.
De degelijke en stabiele Napoleon Phaëton is gebouwd door Jules Binder. Hij maakt nu deel uit van de privé collectie van mevrouw Saskia de Nerée tot Babberich te Wassenaar. Zij erfde de rijtuigencollectie van haar in de naoorlogse jaren zeer bekende vader Jan de Nerée. Hij was mede oprichter van de Dutch Driving Club, nu de Private Driving club. In de naoorlogse jaren kocht hij zijn verzameling bij elkaar.
Deze Spider Phaëton is onderdeel van de collectie Kuivenhoven. Hij werd samen met de Omnibus in een koop overgenomen van de in geldnood verkerende Franse kasteelheer. Het rijtuig bezat nog een acceptabele conditie zodat werd besloten slechts enkele conserveringshandelingen te verrichten en het rijtuig verder origineel te laten.
In de het koetshuis van Maarten is hij de buurman van de Spider uit de nalatenschap van "tante Bets" maar die is gebouwd door Joseph Neuss uit Berlijn.
Een Break van Binder mag natuurlijk niet ontbreken aan onze opsomming. En daar heeft gelukkig Fred Hollaender vorig jaar voor gezorgd. Die zorg is wel toevertrouwd aan de voorzitter van de Private Driving Club. Deze Binder maakt nu onderdeel uit van zijn uitgebreide collectie rijtuigen in het fraai gelegen Wenum Wiesel bij Apeldoorn. Bij zijn Duitse collega rijtuigenverzamelaar Siegward Tesch schafte hij deze bijzondere jachtbreak aan. Het bijzondere aan dit rijtuig is dat het lange tijd deel heeft uitgemaakt van de collectie van de grote auto-ontwerper Ettore Bugatti. Een recent boek van Andres Furger over die verzameling toont dat nog eens aan.
![]() |
| detail van het rijtuig voor de restauratie |
Op de
wieldoppen van deze Roof-Seat-Break staat “Binder Paris” gegrafeerd. Dat geeft
aan dat het rijtuig gebouwd is door Binder Frères in de jaren nadat broer Louis
Binder was gestopt en Jules alleen verder ging. Dat is geweest tussen 1877 en
1899. De eigenaren Annemiek en Marco Looije weten uit overlevering te vertellen: “Het rijtuig werd
gebouwd in opdracht van de Amerikaanse familie Fairclough”. In 1860 emigreerde
deze familie vanuit Engeland naar de VS. De vertrekkende Fairclough was getrouwd met een lid van de familie Napoleon Bonaparte. De Faircloughs waren in Engeland (in het stadje Macclesfield bij Chester) al betrokken bij de steenkolenwinning maar zagen blijkbaar meer toekomst in de grootschalige steenkoolwinning in de VS. De eerste jaren in de VS gebruikte de familie de naam N.B. Fairclough, later werd het N.B. weggelaten.
In 1848 werd een neef van Napoleon Bonaparte I gevraagd president te worden van Frankrijk. Op dat moment verbleef hij in ballingschap ook in Engeland. Deze Napoleon (Bonaparte) III, was van 1852 tot 1870 zelfs keizer.
In 1848 werd een neef van Napoleon Bonaparte I gevraagd president te worden van Frankrijk. Op dat moment verbleef hij in ballingschap ook in Engeland. Deze Napoleon (Bonaparte) III, was van 1852 tot 1870 zelfs keizer.
Als keizer is hij degene
geweest die de nauwe straten van Parijs door baron Haussmann liet herbouwen tot
de grote boulevards die de stad nu kent.
De familie
Looije gaat verder: “ons is verteld dat de tweede generatie Fairclough’s vanuit de VS aan
Binder in Parijs de opdracht gaf tot de bouw van dit rijtuig met daarbij speciale
wensen om een rank rijtuig te krijgen op smalle wielen. De familie Fairclough
was en is nog steeds zeer succesvol in de VS met name in de oliehandel onder de
naam Fairclough fuel company. Daardoor was men in staat een grote verzameling
rijtuigen aan te leggen en deze ook te gebruiken in de sport. Latere generaties
gaven de voorkeur aan het rijden met marathonwagens”. Al jaren maken de
Faircloughs deel uit van het nationale vierspanteam van de VS.
Marco
Looije, orthopedisch hoefsmid en voormalig 1e koetsier van de Koninklijke Stallen,
werd in 2015 getipt dat de authentieke rijtuigen zouden worden opgeruimd. Hij kocht deze break op advies van
tuigenmaker Henk van der Wiel en liet het rijtuig door het Poolse bedrijf
Mendyka in showconditie brengen. "Om te gebruiken, want het is beslist geen
museumrijtuig geworden. Het rijtuig is
gerestaureerd in de originele kleuren van de familie Fairclough, oranje-rood en
heeft ook nog zijn originele lampen”.
Een Curricle (op zijn Frans een Carrick à Pompe) die, aldus
bezitter Maarten Kuivenhoven, is toe te schrijven aan Binder. Hij legt uit: “Ik
vond hem op een van mijn vele strooptochten door Zuid-Frankrijk. De bak was nog
redelijk gaaf maar verder zat er veel werk aan. Ik moest er fors voor betalen,
want de handelaar wist ook wel dat hij een uitzonderlijk type rijtuig in handen
had. Het is mijn trots in de 50 rijtuigen tellende collectie.”
Een Curricle was een rijtuig voor waaghalzen (rijke
jongeheren), zeker als het bakje extra hoog was opgehangen. Dat geldt trouwens ook voor de tweewielige Cocking Cart. Tweewielige
rijtuigen voor een tweespan komen zelden voor. Bij een enkelspan zorgen de
lamoenbomen voor de stabiliteit. Maar slechts een enkele disselboom tussen de
twee paarden vraagt om een speciale bevestiging. Bij de Friese Sjees wordt het
evenwicht verkregen door een boog onder de buik van de paarden te verbinden aan
de singel. Bij het ontwerp van de Curricle is gekozen voor een horizontale
stang boven de rug van de paarden en met riemen aan de singels van de paarden
vastgemaakt. Een type rijtuig waar er maar weinig van zijn gemaakt.
De Dogcar werd door Kuivenhoven weer in zijn tweede vaderland gevonden. En ook deze wagen verkeerde nog in goede staat. Maarten licht toe: wat direct mijn aandacht trok was de afwerking van de bak in de vorm van een wafelstructuur. Sommigen beweren dat dat verkregen werd door het natte hout in deze vorm te persen, anderen zeggen dat het snijwerk is. Wat ook opvalt, is dat de C veren zonder riemen direct zijn geplaatst op de drukveren". Dit type rijtuig werd volgens G. Ipenburg in zijn boek “rijtuigen op het spoor” dikwijls verhuurd aan vertegenwoordigers om hun klanten op het platteland mee te bezoeken. Zo konden ze makkelijk hun artikelen meenemen om ze te laten bezichtigen.
Aanmelden Binder rijtuig.
Staat uw Binder nog niet in dit overzicht, meld hem dan aan bij de opsteller van dit overzicht, Ruud van Heusden; rvanheusden@planet.nlHet overzicht zal ook op internet worden geplaatst en daar steeds worden geactualiseerd.



















